Het Palet

De veilige school

Op alle scholen binnen Nederland worden maatregelen getroffen om (uw) kinderen zich in een veilige en geborgen omgeving te laten ontwikkelen.
Zo’n pedagogisch (opvoedkundig) klimaat wordt vooral gecreëerd door met elkaar afspraken te maken over gedragingen en regels, die nageleefd moeten worden.
Behalve dat er specifieke schoolregels bestaan, zijn er ook wettelijke bepalingen waaraan we ons moeten houden. Alle scholen hebben een actueel schoolveiligheidsplan waarin al deze zaken in relatie met elkaar zijn beschreven.
Deze regels en afspraken gelden niet alleen voor de kinderen en personeelsleden binnen de school, maar voor iedereen die zich in en om de school ophoudt.
Dat betekent dat alle kinderen, alle ouders, alle personeelsleden en alle andere personen die hand- en spandiensten verzorgen in en om de school zich dienen te houden aan deze regels en afspraken en kunnen weten wat de gevolgen zijn als deze worden overtreden.

Het schoolklimaat wordt gekenmerkt door veiligheid en respectvolle omgangsvormen:
De ouders zijn betrokken bij de school door de activiteiten die de school daartoe onderneemt.
De leerlingen en het personeel voelen zich aantoonbaar veilig op school.
De school heeft inzicht in de veiligheidsbeleving van leerlingen en personeel en in de incidenten die zich op het gebied van sociale veiligheid op de school voordoen.
De school heeft een veiligheidsbeleid gericht op het voorkomen en afhandelen van incidenten in en om de school.
Het personeel van de school zorgt ervoor dat de leerlingen op een respectvolle manier met elkaar en anderen omgaan.

Zo’n veilig klimaat op school zou iets vanzelfsprekends moeten zijn. Maar helaas blijkt uit incidenten dat veiligheid op school blijvend aandacht behoeft. Ook een veilige thuissituatie is niet altijd vanzelfsprekend.

Veiligheidsprotocol

Op het Palet hanteren wij de richtlijnen vanuit Quo Vadis. Deze richtlijnen staan vermeld in het plan:
Veiligheidsbeleid Stichting Quo Vadis, Informatiebeveiliging en privacybeleid (april 2018).
Dit is een protocol waarin allerhande procedures, en handelswijzen staan beschreven, m.b.t. veiligheidssituaties zoals die op school kunnen voorkomen. Ook hanteren we gedragsregels ter voorkoming van seksuele en andere ongewenste intimiteiten, waaraan leerkrachten, en ander personeel, leerlingen en ouder(s)/verzorger(s) en stagiaires zich dienen te houden. Dit varieert van het aanspreken op lichamelijke kenmerken tot gedragsregels tijdens een schoolkamp.

Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld

Op het Palet hanteren wij de richtlijnen vanuit Quo Vadis. Deze richtlijnen staan vermeld in het plan:
Veiligheidsbeleid Stichting Quo Vadis, Informatiebeveiliging en privacybeleid (april 2018)
Doel van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling is om te helpen bij het herkennen en het er naar handelen bij signalen die op kindermishandeling of huiselijk geweld kunnen duiden. De verplichting geldt voor organisaties en zelfstandige medewerkers in de gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, justitie en politie.
De stappen van de meldcode worden doorlopen als er vermoedens zijn van huiselijk geweld of kindermishandeling. Het gaat hierbij niet alleen om vermoedens van fysiek geweld, maar ook om vermoedens van psychisch of seksueel geweld en vermoedens van verwaarlozing.

Stap 1: Signalen in kaart brengen
Stap 2: Overleg met directie en intern begeleider. Veilig Thuis wordt gebeld indien er advies nodig is.
Stap 3: Gesprek met cliënt
Stap 4: Wegen van huiselijk geweld/kindermishandeling
Stap 5:  Neem twee beslissingen
Is melding noodzakelijk?
Is hulpverlenen of organiseren (ook) mogelijk?

Per 1 januari 2019 is de meldcode aangepast. Als er sprake is van acute en structurele onveiligheid wordt er melding gedaan bij Veilig Thuis. De 5 stappen uit de meldcode blijven bestaan, maar stap 4 en 5 worden aangepast. In stap 5 vervalt het onderscheid tussen hulp verlenen of melden. Er worden in de nieuwe situatie twee losse besluiten:

  1. Is melden bij Veilig Thuis noodzakelijk?
  2. Is zelf hulp bieden of organiseren ook (in voldoende mate) mogelijk?